Silvia Federici (2) zelfvoorzienend: van slaven naar horigen en lijfeigenen
Home

Silvia Federici (2) zelfvoorzienend: van slaven naar horigen en lijfeigenen

Silvia Federici (2) zelfvoorzienend: van slaven naar horigen en lijfeigenen

De opkomst van het kapitalisme en de onderdrukking van de vrouw moeten we zien tegen de achtergrond van wat er aan voorafging: slavernij en het hofstelsel.

Boerin Greetje
Silvia Federici (2) zelfvoorzienend: van slaven naar horigen en lijfeigenen

Middeleeuwse samenleving

‘Het feodalisme is niet geëvolueerd tot kapitalisme. Dat laatste was eerder een contrarevolutie. Het was het antwoord van feodale heren, patriciërs-kooplieden, bisschoppen en pausen op een sociaal conflict dat hun macht dreigde overhoop te halen.

De middeleeuwse anti-feodale strijd voor een egalitaire sociale orde, zegt Federici, is een nieuw hoofdstuk in de geschiedenis van de emancipatie. (p. 36), Deze nieuwe sociale orde was gebaseerd op het delen van rijkdom, het verwerpen van de hiërarchieën en autoritaire macht, en op een meer gelijke relatie tussen mannen en vrouwen.

De opstanden en de strijd tegen het feodalisme in de Middeleeuwen werpen licht op de ontwikkeling van de kapitalistische verhoudingen: hun politieke betekenis wordt slechts duidelijk wanneer we ze plaatsen in de brede context van de geschiedenis van het lijfeigenschap, zegt Federici.

Ik besteed hier uitgebreid aandacht aan omdat deze visie heel erg verschilt van die van Piketty, een hedendaagse voorvechter van de gelijkheid. Over het verschil tussen deze 2 perspectieven gaan we het in één van volgende lessen hebben.

Aan het lijfeigenschap gaat het slavensysteem, waarop de Romeinse economie was gebaseerd, vooraf. Tussen de 4de en de 7de eeuw vormden zich aan de rand van het Romeinse Rijk marron gemeenschappen. Deze bestonden uit weggelopen slaven. Marrons zijn eigenlijk gevluchte Afrikaanse slaven en hun afstammelingen, die in stamverband in de ontoegankelijke oerwouden of binnenlanden gingen leven. Federici gebruikt die term in het algemeen voor weggelopen of voortvluchtige slaven.

Bagaudae (ook wel Bacaudae) zijn hier een goed voorbeeld van zegt Federici. Groepen opstandige boeren en stedelingen in het Romeinse Rijk die tijdens de Crisis van de derde eeuw, voornamelijk in Gallië het platteland 'onveilig' maakten. Vanwege de plundertochten door Germaanse stammen en de bloedige conflicten tussen Romeinse troonpretendenten waren ze alles kwijt geraakt. Zij worden meestal negatief voorgesteld als gewapende groepen die roofden en plunderden om te overleven.

Nadat er een einde was gekomen aan de invallen van de Germanen werd het leger ingezet, zo gaat de negatieve voorstelling verder, om een einde te maken aan het probleem dat de Bagaudae veroorzaakten. Tussen 284 en 286 werden zij vernietigd door de Caesars Maximianus en Carausius, in naam van keizer Diocletianus. De leiders van de Bagaudae waren Amandus en Aelianus.

De benaming "Bagaudae" keerde terug aan het begin van de 5e eeuw, toen Bagaudae gedeelten van Gallië en de Ebro-vallei in Spanje onder controle hadden. Generaal Aetius bracht het leger tegen hen in stelling.

Maar eigenlijk vormden ze, zegt Federici autonome gemeenschappen. Ze sloegen zelfs hun eigen munt met de naam Hoop.

Einde van de Romeinse slavenernij

Om te verhinderen dat de slaven ervan door gingen en overliepen naar de marrons, kregen ze een stuk grond en mochten ze hun eigen familie stichten (p. 38).

Op hetzelfde moment begonnen landheren vrije boeren in te lijven die eerst geruïneerd werden door de uitbreiding van het slavendom en later door de Germaanse invallen. Die vrije boeren zochten bescherming bij de landheren, zelfs ten koste van hun onafhankelijkheid.

Er ontwikkelde zich een nieuwe klassenverhouding waarbij de levensvoorwaarden van de vroegere slaven en de vrije boeren samensmolten en samen een nieuwe klasse vormden (p. 38). Voor alle duidelijkheid zegt Federici, horige of lijfeigene zijn was geen sinecure. De lijfeigenen mochten het domein niet verlaten. Ze waren gebonden aan de landheer: hun persoon en eigendommen waren eigendom van de landheer en heel hun leven was geregeld door het huisreglement. Wat was er dan bevrijdend aan, kan je je afvragen. En het is Federici's antwoord daarop dat het thema vormt van deze les.

Autonomie of zelfredzaamheid

Er traden, zegt Federici, fundamentele veranderingen op in het voordeel van de lijfeigene t.o.v. de slaaf:

Maar het belangrijkste was de verandering in de verhouding meester-slaaf omdat de lijfeigenen directe toegang kregen tot hun reproductiemiddelen (p. 39). In ruil voor het werk dat ze op het land van de heer presteerden, kregen ze een lap grond (manse, in de Van Dale vertaald als hofstede) dat ze voor zichzelf konden bewerken. Op die manier waren ze verzekerd van te kunnen overleven. Het was ook een verzekering tegen de oude dag. Een soort van pensioen want ze konden hun stuk grond nalaten aan hun kinderen mits het betalen van successierechten (p. 39). Daardoor, zegt Federici, werden de lijfeigenen autonoom. Hun levensomstandigheden verbeterden omdat ze nu voor hun eigen reproductie konden werken i.p.v. slaven te zijn die als meubilair werden behandeld. Dank zij die eigen (re)productiemiddelen konden ze overleven in moeilijke tijden, ook tijdens perioden van opstand tegen de landheer. Deze ervaring van autonomie, de directe toegang tot het land, bood politieke en ideologische opportuniteiten en mogelijkheden.

Deze ervaring van autonomie, de directe toegang tot het land, bood politieke en ideologische opportuniteiten en mogelijkheden.

Gemeenten

Toen is ook gebruik van (ge)meenten ontstaan: weiden, bossen, meren die essentiële hulpbronnen leverden voor de boereneconomie, namelijk brandhout, hout voor gebinten in de bouw, meren voor vis, weideland voor vee. Dit bevorderde ook de samenhang en samenwerking binnen de gemeenschap. En zegt Federici, de meenten speelden zo'n grote rol in de politieke economie en de strijd van de boerenbevolking van de middeleeuwen dat ze heden ten dage nog altijd tot de verbeelding spreken en als voorbeeld dienen van een maatschappij waarin goederen gedeeld worden en waar de solidariteit en niet de persoonlijke verrijking, het wezen uitmaakt van sociale verhoudingen.

Maar we moeten met beide voeten op de grond blijven, voegt Federici eraan toe. Noch het 'collectivisme', noch het 'lokalisme' kunnen garant staan voor sociale verhoudingen die gelijkheid beogen als de gemeenschap zelf niet de controle heeft over de overlevingsmiddelen en als alle leden van de gemeenschap er geen gelijke toegang tot hebben (p. 41).

Huishoudelijk werk

Ondanks het overwicht van collectieve werkvormen en 'contracten' met de grondbezitters en ondanks het lokale karakter van de boereneconomie was het middeleeuwse dorp geen gemeenschap van gelijken. Er waren vrije boeren en lijfeigenen, rijke en arme boeren, boeren die beschikten over een eigen lap grond en landarbeiders zonder eigen grond. Deze laatste werkten voor een salaris op het domein van de heer. En er waren mannen en vrouwen. Vrouwen hadden een tweederangsstatuut.

Pieter Bruegel- Hooien- Lobkowicz Collections Praag 600-433
Pieter Bruegel, Hooien, Lobkowicz Collections Praag

Maar de lijfeigen-vrouwen waren minder afhankelijk van hun mannelijke compagnon. Fysiek, sociaal en psychologisch minder verschillend van de mannelijke lijfeigenen en minder onderworpen aan de mannelijke behoeften dan de 'vrije' vrouwen dat later zullen zijn in de kapitalistische maatschappij:

  1. Al was die kleinere afhankelijkheid op de eerste plaats negatief: boven het gezag van de echtgenoot en van de vader stond het gezag van de heer. En in sommige gevallen bestond het jus primae noctis, het herenrecht. Mozarts opera Le nozze di Figaro uit 1786 gaat over dit thema en is gebaseerd op een blijspel van Pierre Beaumarchais (Parijs, 24 januari 1732 – 18 mei 1799) Frans schrijver, horlogemaker, wapenhandelaar, uitgever en monarchist die zorgde voor een volledige uitgave van de werken van Voltaire).
  2. De vrouwelijke lijfeigenen waren ook minder afhankelijk omdat ze directe toegang hadden tot de productie. De grond behoorde toe aan de familie. Bovendien bewerkten de vrouwen niet alleen de grond ze beschikten ook zelf over de opbrengst van hun arbeid.
  3. In het feodale dorp bestond er geen sociale scheiding tussen de productie van goederen en de reproductie van de arbeidskracht, m.a.w. er was geen onderscheid tussen de kostwinner en de huisvrouw die voor de kinderen zorgt. Alle arbeid diende voor het levensonderhoud van de familie. De vrouwen werkten op de velden en brachten de kinderen groot. Ze kookten, wasten, spinden, maalden graan, brouwden het bier. Ze onderhielden vaak een kleine tuin. Maar die huishoudelijke taken werden niet minder waard geacht en hielden geen andere verhoudingen dan die van de mannen in zoals dat het geval zal zijn in de monetaire economie waar het huishoudelijk werk geen echt werk meer is.
  4. De vrouwelijke taken van de lijfeigenen (wassen, spinnen, oogsten, vee verzorgen, bier brouwen, enz.) werden in samenwerkingsverband (coöperatie) gedaan met andere vrouwen die hen een collectieve en politieke macht gaf. Helemaal anders dan de latere seksuele indeling van de arbeid die een bron van afzondering zal zijn.
Vrouw met mand spinazie op het hoofd - eind 14de eeuw
Vrouw met mand spinazie op het hoofd - eind 14de eeuw
In de Middeleeuwen hadden vrouwen vaak tuinen waar ze kruiden verbouwden.
Hun kennis van de eigenschappen van kruiden is een van de geheimen
die ze van generatie op generatie hebben doorgegeven.
Vrouwelijke metsers die een ringmuur bouwen - Frankrijk 15de eeuw
Vrouwelijke metsers die een ringmuur bouwen - Frankrijk 15de eeuw

Samengevat

Silvia Federici heeft geen romatische kijk op het middeleeuws verleden. Het middeleeuwse dorp was geenszins een gemeenschap van gelijken maar:

  1. lijfeigenen hadden directe toegang tot productie
  2. huishoudelijke taken werden niet minder waard geacht

Het is vanuit dit 'zijn', namelijk de directe toegang, gelijkwaarheid van productiearbeid en reproductiearbeid (kostwinner en huishouding) dat je de sociale strijd op de meenten moet begrijpen, zegt Federici. De eisen hadden niet geformuleerd kunnen worden zonder de zekerheid die de directe toegang tot productie bood en ook niet zonder de gelijkwaardigheid tussen productie- en reproductiearbeid.

In de volgende les gaan we dieper in op de sociale strijd. We zoeken een antwoord op de vraag waarover die sociale strijd eigenlijk ging.

Directe bronnen

  1. Silvia Federici, Ouderenzorg en de grenzen van het marxisme, Hydra
  2. 1775, Boer Mensink ontdook de horigheid, Van horige tot vrije boer, Canon Hof van Twente

Indirecte bronnen

  1. Arnon Grunberg , Dichters & Denkers: Zij die Rome willen zien branden groeten u, De Groene Amsterdammer, 15 december 2021 – verschenen in nr. 50-51-52

    Arnon Grunberg ziet hoe bewondering en walging in elkaars verlengde liggen in de biografie die Max Chafkin schreef over de briljante visionair Peter Thiel. De puissant rijke venture capitalist gebruikt zijn minachting voor normen voor zijn eigen gewin. ‘Iedereen heeft iets te verkopen.‘

    Echter, de venture capitalists, die de ‘revolutie’ van Silicon Valley mede mogelijk hebben gemaakt, hadden weinig belangstelling voor het officiële motto van Google, ‘Don’t be evil’, dat de aanvankelijke pretentie van Silicon Valley vertegenwoordigt dat daar wereldvreemde nerds rondliepen die per ongeluk multimiljonair werden.

    Op 11 november 2021 stierf Jay Last, de laatste van de ‘verraderlijke acht’ (treacherous eight), acht werknemers van Shockley Semiconductor Laboratory die dat bedrijf in 1957 verlieten om Fairchild Semiconductor te beginnen; Fairchild wordt beschouwd als ground zero van Silicon Valley. Een ander lid van de verraderlijke acht was Gordon Moore, die Moore’s Wet vaststelde, ‘het aantal transistors in een geïntegreerde schakeling verdubbelt elke twee jaar’, wat ruwweg betekent dat dankzij technologische vernieuwing steeds kleinere computers steeds sneller worden. Moore zelf stelde dat zijn wet niet eeuwig geldig zou zijn.

    Zoals macht vroeg of laat het doel van macht is, zo is kapitaal vroeg of laat het doel van kapitaal. De venture capitalist en de nerd zijn niet meer van elkaar te scheiden. Een venture capitalist (VC) is een persoon of een bedrijf (zoals een hedgefonds) dat vooral investeert in start-ups, net opgerichte bedrijven die doorgaans technologische vernieuwing beloven, al hoeft dat geen vliegende auto te zijn. Het kan ook om hondenbrokjes gaan. Pets.com werd opgericht in 1998, op het hoogtepunt van de internetbubbel. Begin 2000 ging het bedrijf naar de beurs en haalde 82,5 miljoen dollar op van investeerders. Eind 2000 was Pets.com verdwenen en waren een kleine honderd miljoen dollar in rook opgegaan. Ook dat is wat de Oostenrijkse econoom Joseph Schumpeter (1883-1950) ‘schöpferische Zerstörung’ (creatieve destructie) noemde; het wezen van innovatie, daarmee het wezen van het kapitalisme.

  2. Ciska Hoet, Is dit nu werkelijk de ultieme levensvervulling van de middenklasse: kunnen consumeren zonder te werken?, De Morgen, 17 december 2021, 03:00

    Ciska Hoet zet de blik op oneindig. Vandaag: 1 jaar gratis op Eén.

  3. Jan van der Putten, In de wereld: China’s ‘nieuwe boeren’ keren terug naar hun wortels, De Groene Amsterdammer, 15 december 2021 – verschenen in nr. 50-51-52
  4. Jessica Byrne, Grote steden bieden opwindende banen, een glamoureuze sociale scene en het gemak van een moderne levensstijl. Maar zijn deze dingen echt waar het in het leven om draait?, Thred.
  5. Erik D’haese, De redders van het Chinese platteland, MO, 18 juni 2017
    Achter de glanzende hoogbouw van de Chinese steden ligt het enorme platteland dat dreigt dood te bloeden. Jonge alternativo’s, bioboeren, remigranten en andere bewuste burgers proberen het tij te keren. Erik D’haese spoorde drie maanden lang doorheen China op zoek naar de mannen, vrouwen en groepen die het Chinese platteland proberen redden.
  6. Enne Koops, Hofstelsel en leenstelsel: wat is het verschil?, Historiek, 15 maart 2018

  7. Redactie, Horigen, horigheid en lijfeigenschap – Betekenis …en korte geschiedenis, Historiek, 8 januari 2020

  8. Linda van der Ziel, Herendiensten – Onbetaald werk in de Middeleeuwen, Betekenis en herkomst, Historiek, 4 november 2021

2022-02-07 11:49:02